Wie gaat de MiFID-doelgroep bepalen?

De Europese MiFID II-richtlijn schrijft voor dat aanbieders van beleggingsproducten per product omschreven moeten hebben voor welke doelgroep ze geschikt zijn. Maar wie gaat dit doen? Zowel banken en vermogensbeheerders als fondshuizen nemen een afwachtende houding aan, schrijft FN Kennisexpert Iris van de Looij.

De doelgroepen moet worden beschreven aan de hand van vijf specifieke criteria. Een bank of vermogensbeheerder mag het product niet buiten deze doelgroep aanbieden. Indien die dit wel doet, moet die de producent daarvan op de hoogte brengen. Indien de distributeur geen doelgroepbeschrijving ontvangt, moet die deze zelf invullen.

Doordat veel producenten, met name fondshuizen, niet direct onder de MiFID II-regelgeving vallen, is er bij de fondshuizen weinig enthousiasme om de doelgroepgegevens in te vullen. Die last komt daardoor volledig op de schouders van de distributeurs te liggen.

Geen gegevens, geen schapruimte

Banken en vermogensbeheerders hebben wel een middel in handen om druk te zetten op de fondshuizen om de data aan te leveren. Zij geven aan dat de fondsen niet in hun assortiment komen als zij geen doelgroepgegevens aanleveren. Dat werkt goed voor de grootbanken, die veel vermogen achter zich hebben, maar kleinere marktpartijen kunnen vaak niet anders dan afwachten.

Tijdens de consultatieronde over deze regels van de Europese toezichthouders Esma heeft de markt aangegeven vooral standaardisatie van de zes criteria nodig te hebben. Op dat vlak zijn er wel stappen gemaakt. Het voorstel dat de Europese koepel van fondshuizen Efama met een aantal distributeurs en fondshuizen heeft opgesteld, lijkt ook werkelijk de marktstandaard te worden. In Nederland zijn de Nederlandse vereniging van Banken en de Nederlandse vereniging van fondshuizen Dufas daar actief bij betrokken.

Er zijn nog wel wat stappen te maken voor implementatie. Want waar vindt de distributeur straks de doelgroepbeschrijving? Op de huidige verplichte beknopte productomschrijving UCITS-KIID en op de toekomstige PRIIP-KID is niet genoeg ruimte voor alle gegevens. Dit betekent dat er een ander kanaal gevonden moet worden. Dataleveranciers zoals SIX en Morningstar zijn hier handig op ingesprongen. Het verstrekken van doelgroepgegevens is voor hen een goede business.

Aan de distributiekant zijn ook nog praktische zaken in te vullen. Wie is er binnen het bedrijf bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de controle op aansluiting van geschiktheid en passendheid van de klant en de doelgroep van het product. Hoe organiseer je dit zo efficiënt mogelijk? Dat is een proces dat je goed kunt automatiseren maar doordat de invulling van de doelgroep gegevens nog op zich laat wachten, blijft daar nog weinig tijd voor over.

Begin juni zijn de finale Esma-richtlijnen voor de doelgroepcriteria gepubliceerd. Veel partijen hebben hierop gewacht in de hoop dat deze verheldering zouden brengen. Dat is gedeeltelijk wel het geval maar de markt moet nog steeds voor een groot deel met eigen invulling komen. Het meest belangrijke is dat er druk wordt gezet op de producenten om de informatie te leveren. Dat is vooral een rol voor de grote distributeurs. Zij hebben alles in handen om dit in beweging te brengen.

Verschenen in FondsNieuws magazine en op de FondsNieuws website op 16 juni 2017.

Deel gerust met anderen.....Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedIn